Nu al enkele maanden in ons cenakel

Nu al enkele maanden lang zijn we in ons cenakel gedreven.
Niet samen met onze vrienden, maar elk in eigen bubbel.
Ingeperkt. Alleen-zaam. Gekooid.

We trokken door de spelonken van onze angst en ontreddering.
We probeerden in het stille dal van onze soberheid en stilte te onderzoeken en begrijpen.
We moesten door de kloven van onze verveling en ontbering trekken.
We treurden aan de donkere rivier van ons gemis, onzekerheid en verwarring.
En doorheen dat alles bleven we uitkijken
naar onze vertrouwde horizon,
die zich echter altijd weer verder verwijderde van ons.

Gaandeweg maakten we van onze weg door de woestijn
een spirituele tocht.
We leerden de weg gaan van nieuwe inzichten en inspiratie.
We oefenden ons in een verloren gegane kracht:
het vermogen om te wachten,
een wachten dat haast niet teleurstelt, maar vervult.
We konden weer mijmeren en dromen bij de weerspiegeling
van de zon en de wolken in het water.
We verzamelden in ons kleine hier en nu
steeds meer vonken voor later.

We zijn meer dan ooit benieuwd en hoopvol voor onze nieuwe verbinding morgen. Er zal veel uit te wisselen zijn.
De lange onderbreking zal ons nieuwe wegen doen gaan.
Als we ons cenakel verlaten,
maken we misschien wel een nieuw Pinksteren mee.
Na onze lock-down kunnen we sameneen archipel van kleine eilanden van vernieuwing vormen.

Onze door covid-19 opgelegde retraite was en is hard.
Maar misschien kan het in Effata en Clemenspoort
leiden tot ‘een nieuw verbonden, een intenser vieren, een ander vernieuwen.’
Dat het in elk van ons mag Pinksteren.
Dat het straks in ons nieuwe samenkomen voluit mag Pinksteren.

Daarvoor bidden we.

Een zalig Pinksterfeest.

Jean Paul Vermassen