Met de muziek van Liesbeth List

De klokken van de hel

Met de Theodorakis-muziek van Liesbeth List
wandel ik – in mijn kot – door de tuinen van het ondraaglijke lijden.
De tuinen van doodsangst, bloed en tranen.
De vele, vele tuinen van eenzaamheid en verlatenheid:

Gaza en Afghanistan, Syrië en zoveel andere plekken al zo lang,
de sloppenwijken in Afrika, Zuid-Amerika en overal,
vluchtelingenkampen in Lesbos en waar dan ook,
ziekenhuisgangen met stervende corona-zieke mensen
in Italië en Spanje en op nog zoveel andere plaatsen in de wereld.

Overal bevinden we ons waar hij zich 2020 jaar bevond:
in de eenzame, pijnlijke tuin van Getsemane.
Ik voel de onrust, de droefenis en de doodsangst aan,
van toen en nu. Het zijn als stigma’s in mijn eigen diepste zelf.
Ik maak dezelfde geestelijke worsteling betreffende de betekenis van het lijden,
zoals in het boek Job destijds verwoord.
Wie voelt in deze dagen niet ook de diepe religieuze verlatenheid?
‘Mijn, God, mijn God, waarom hebt Gij ons in de steek gelaten?’

Het is een troost en kracht dat hij destijds de bittere weg ging
van de tuin van Getsemane tot op de heuvel van de kruisiging.

Ook in de muziek van Liesbeth List
(en in zoveel andere mooie, helende muziek)
kunnen we in deze beklemmende dagen troost én kracht vinden:
om de zure beker van het onbegrijpelijk en onverdraaglijk leed in de
wereld mee te kunnen drinken,
om de zware grafstenen in deze tijd te kunnen wegrollen.
Om het wonder van onze innerlijke wendbaarheid te kunnen verrichten:
ons 180 graden keren, van afgrond naar nieuw panorama.

De klokken van de hel

Nee, dood, je maakt me toch niet bang
Nee, dood, je maakt me nooit meer bang
Ik leef nog wel duizend dagen lang
Ik lach nog wel duizend nachten lang

Hoor je de klokken van de hel
Ach, lieve vriend, dan weet je het wel
Kus nu de liefde maar vaarwel
Drink met mij tot de laatste tel

Doodgaan duurt maar heel even
Liefde duurt wel zo lang
Blijf bij me tot het licht verdwijnt
Blijf en vergeet me dan

Liesbeth List