Meer nadenken over Gods ballingschap

Als ik de vreselijke corona-ellende
in de wereld zie, dan voel ik me als christen diep ‘bevraagd’…
Ook dat is Goede Vrijdag…

Als ik de vreselijke corona-ellende van de armen in Zuid-Amerika zie…
(en ik noem niet nog ook al die vele, andere pijnplekken in de wereld)
Als ik zoveel ondraaglijk lijden zie
dan ben ik als mens compleet ontredderd,
dan voel ik me als christen ten diepste ‘bevraagd’.

De ellende en het lijden zijn niet te overzien, niet te verdragen!
En weer de armen het meest getroffen!!

Ik begrijp vrienden en familieleden die me zeggen:
ik ‘kan’ niet meer in God geloven,
ik ‘kan’ het lijden en de wetmatigheden van de wereld/natuur
niet rijmen met het bestaan van een God.
(een goede God, een God-Schepper)

Moderne dichters verwoorden het soms heel scherp, zoals Karl Venneberg, Zweden.

‘We zouden meer moeten nadenken over Gods ballingschap,
hoe hij zijn eigen vreemde brood word
en zich spiegelt
in zijn eigen vreemde rivier.

Zie hoe de duisternis uit de wateren opstijgt, en het licht
als vleermuizen in echo’s en dromen vlucht
De god die ziet, ziet niet meer,
de god die kan, kan niet meer.
En onze eigen onrust is enkel een bede om zijn ballingschap te delen:
Geef me op een dag uw vreemde brood!’

De Bijbel zelf maakt ruimte voor deze worsteling met God.
Job weet zich via zijn kritische vrienden overstelpt met vragen
bij het lijden dat hem overkwam.

En hoe reageerden de historische Jezus en zijn leerlingen
bij de kruisweg en kruisiging 2020 jaar geleden?
De verhalen van de evangelisten laten echo’s horen
van heel menselijke reacties:
ze zijn ontredderd en teleurgesteld, bedroefd en doodsbang.
Ze hebben diepe geloofstwijfels en er is sprake
van hetzelfde gevoel van verlatenheid door God,
dat vele moderne mensen verwoorden vandaag.

In de lijn van de Bijbel en het evangelie houden christenen
zich vast aan een tweede geloofservaring naast de worsteling met hun geloofsvragen.
Ze blijven zich aangesproken voelen door een diepere Aanwezigheid in het leven en in de liefde,
ondanks en doorheen de diepste ellende in de wereld.
Ze blijven zich overstijgend-opgevorderd weten
om zich te verzetten tegen de rationele bevinding
dat lijden en dood het einde is van leven en liefde.

In de Bijbelverhalen en in het verhaal van Jezus en zijn leerlingen
zien christenen een dynamiek van Geestkracht tot over de dood heen.
Ze verbinden hun persoonlijke, gelovige ontvankelijkheid met de Bijbelse geloofservaring.
Ze blijven zelf kiezen voor en leven van dit gelovig hopen. Dat is wat ze vieren met Pasen.

Er is ook nog een andere grote groep ‘christenen’.

Mensen die zich christen noemen maar tegelijk bekennen
dat ze het geloof in een persoonlijke God en in het hiernamaals niet meer kunnen beamen en belijden.
Ze blijven zich verbonden voelen met de menselijke figuur van Jezus en ze laten zich graag inspireren
door de evangelische waarden in hun humane en sociale inzet in de samenleving.
Ze zijn verbonden met een geloofsgemeenschap en ze maken zelfs de liturgische vieringen ervan mee.

Hun inzet is kostbaar. Hun inzet ligt in de lijn van wat Jezus droomde over mens en wereld.

Als het christelijk geloof ‘bewaarheid’ wordt en er na de dood een God – en een hiernamaals – zijn,
zullen dan ook de ‘mild-agnostische’ christenen niet zeer welkom zijn bij Hem?

Wie overigens zal niet worden onthaald?