Lang geleden

Lang geleden (1973-1977)
heb ik er al college over gekregen in Leuven:
Paul Tillich ‘De moed om te zijn’, gepubliceerd in 1955.
Nu ben ik het boek aan het lezen. Het is nog actueler dan toen.

‘Daarom is het hoogste geloof
de moed om in de uitzichtloosheid en de wanhoop
te – blijven – staan
en tegelijk de moed om in en boven
de wanhoop, zinloosheid en toekomstloosheid te gaan staan.

Het absolute of het hoogste religieuze
is geen plaats waar men in wonen kan,
Het is zonder de veiligheid van woorden en begrippen,
het is zonder een naam, een kerk, een cultus, een theologie.
Maar het beweegt zich in de diepte van al deze verschijnselen.
Het is de kracht van het zijn,
waarin zij delen en waarvan zij fragmentarische uitingen zijn.

Religie en spiritualiteit zijn een menselijk vermogen
of preciezer nog: een geestelijke omvorming in de mens.
Het gaat om ‘een beweging van deelnemen’
aan de kracht van het grote, diepere zijn,
aan de kracht van het mysterie van het oneindige Leven,
aan de kracht van het mysterie van God
boven ‘de God als een object’,
boven de God van het menselijke theïsme.

Leven in de 21ste eeuw
is meer dan ooit de moed van het aanvaarden van het niet-zijn.
Het is de moed van het vrij zijn.
Het is de moed om het niet-zijn en het zinloos-zijn te overstijgen.
Het is de moed van het open en verbonden mens-zijn,
van een open en vrij gelovig zijn.‘

Vrij naar Paul Tillich

Jean Paul Vermassen