In Gods naam

Cad Cp Ibib 204

De laatste decennia hopen vele godsdienstige leiders en gelovigen op een revitalisering door een welbewuste keuze te maken om rigide vast te houden of terug te keren naar identiteit en traditie, niet zelden naar historisch ingeperkte en achterhaalde vormen ervan.

Het meest betekenisvolle van godsdiensten voor de 21ste eeuw ligt echter elders. Het is het vermogen om juist de eigen inspiratie en waarden te kunnen vrijmaken van historisch-culturele vormgeving en ze op die manier weer relevant te maken in en voor nieuwe tijden.

Wat de 21ste eeuw nodig heeft – en wat godsdiensten wereldwijd een nieuw gezag zou kunnen geven – is de bereidheid om zich te openen en verenigen met elkaar: samen deemoedig bekennen dat ze allemaal in de onmogelijkheid zijn om het absolute of goddelijke te bevatten en vatten. Om dan als bondgenoten in die open Transcendentie een katalysator te worden in het vinden van de ene, gedeelde weg voor heel de mensheid.

Selinda O’Grady schreef een diepgravend historisch boek over de intolerantie van godsdiensten met de bedoeling en hoop dat ze intern en extern toleranter en dynamischer zouden kunnen worden in de toekomst. Ze focust in haar boek op de drie West-Aziatische ‘boekgodsdiensten’: jodendom, christendom en islam.

Het boek pleit er vurig voor dat godsdiensten verder gaan dan elkaar te tolereren en respecteren. Het is een oproep om elkaar te helpen in geestelijke groei: in open, zelfkritisch en verbindend denken. Zodat elke godsdienst het eigen fundamentalisme en traditionalisme zou kunnen verlaten om dan te komen tot een nieuw, voortschrijdend theologisch denken en een nieuwe inter-godsdienstige saamhorigheid en samenwerking.

Jean-Paul Vermassen