Gij zijt een God van de weg

De tent waarin Gij wilt wonen,
dat nomadenverblijf,
zegt ons dat Gij een God van de weg zijt.

Gij slaat uw tent op, nu hier, dan daar,
op alle mensenwegen.
Wie zal U zeggen waar Gij moet wonen?
Wie zal U vastzetten in een huis, in een paleis,
in een tempel of in een kerk?

Gij komt daar aanwezig
waar Uw Geest mag werken in en door ons.
Gij woont daar
waar we samenkomen in Uw naam.

Laat ons dan oplettend leven, God,
want wij weten niet
of Gij vandaag niet Uw tent wilt opslaan
hier, waar wij zijn.

Vrij naar Frans Cromphout sj

 

Denk niet terug aan wat vroeger was,
sta niet stil bij het verleden.
Nu laat Ik iets nieuws beginnen,
Nu zal het ontkiemen, let erop. 

Jesaja, 43, 18-19