Het vroegere normaal

Ze reageren niet meteen teleurgesteld, gefrustreerd of verbitterd, de mensen in de familie die hun reis hebben afgezegd en die niet van plan zijn om toch nog gauw een reis te boeken.

Ik heb het al vaker gehoord de voorbije dagen: van een bloemist, een muzikant, een leraar en een kinesist. Dat de lock-down voor hen persoonlijk niet zo’n slechte tijd was. Ze hebben wel het geluk dat ze een financiële buffer hebben.

Ze beklemtonen allemaal hetzelfde: dat de tijd van rust, vertraging en bezinning hen veel deugd deed. En dat ze vragen hebben bij het vroegere zogezegde normaal: over het hectische gedoe waar ze mee bezig waren of waarin ze werden meegesleurd.

Waren we wel zo goed bezig? Wat voor kwaliteit van leven hebben de kwetsbare mensen in onze samenleving? Hoelang kan dat nog blijven duren?

De vele positieve reacties in mijn omgeving op de lock-down hebben me verbaasd en stemmen me eigenlijk hoopvol. We beseffen dus met velen dat we niet goed bezig zijn. Dertig jaar geleden al zegden mijn leerlingen hetzelfde in mijn godsdienstlessen …

Soms denk ik dat vele, vele burgers er klaar voor zijn en meer bereid zijn tot een grondige, rechtvaardige transitie in de samenleving. In tegenstelling tot wat vele politici beweren.

Waar blijven toch de maatschappelijke en politieke leiders die de vele signalen in deze coronaperiode aangrijpen om een nieuwe samenlevingsoriëntatie aan te kaarten en aan te vatten?

Hoe zouden we dit maatschappelijke momentum  kunnen omzetten in een sociaal-duurzame transitie voor de mensheid en voor alle leven op de planeet aarde.

(Beeld: Begijnhof Sint-Elisabeth, Gent)

Jean Paul Vermassen