De ziel van het vroege christendom

Misschien komt er vandaag iets terug van toen…

Niet enkel ‘integreren’ in de samenleving
maar tegelijk rustig en vastberaden ‘niet-meedoen’ met de samenleving.
De kracht van participeren én de kracht van anders ageren,
vanuit het beste van de eigen traditie.

Het is de weg van christenen
én van alle mensen die sociaal-humaan willen leven en samenleven.

“Christenen wonen in hun eigen vaderland, maar als vreemdeling;
zij kwijten zich van hun burgerplichten en verdragen als vreemdeling alles.
Ieder vreemd land is hun vaderland en ieder vaderland is een vreemd land.
Zij trouwen als ieder ander maar leggen hun kinderen niet te vondeling.
Zij delen hun tafel maar niet hun bed.
Zij leven in het vlees maar niet naar het vlees.
Zij wonen op aarde maar zijn thuis in de hemel.
Zij gehoorzamen de heersende wetten maar overtreffen ze in hun eigen leven.
Zij hebben iedereen lief en worden door iedereen vervolgd.
Zij worden miskend en veroordeeld; ze worden gedood en ten leven gewekt.
Zij zijn arm als bedelaars maar maken velen rijk.
Zij hebben aan alles gebrek maar leven in overvloed.
Zij worden veracht maar ze worden verheerlijkt door de verachting.
Ze worden belasterd maar worden gerechtvaardigd door de laster.
Zij worden bespot en ze zegenen. Ze worden beledigd en bewijzen eer aan zij die hen beledigen.
Hoewel zij goed doen, worden ze gestraft als misdadigers.
Zij die hen haten kunnen geen reden opgeven voor hun haat.”

“In één woord, wat de ziel is voor het lichaam, dat zijn de christenen in de wereld. De ziel is verspreid over alle delen van het lichaam en de christenen over alle steden van de wereld. De ziel verblijft in het lichaam, maar is niet van het lichaam. Christenen zijn in de wereld maar niet van de wereld.”

(Anoniem, Brief aan Diognetos, ong. 150 na Christus)
( Beeld: een christelijke maaltijd op een tweede- of derde-eeuwse wandschildering uit de catacomben van Callixtus, Rome.)

Jean Paul Vermassen